Boyfriend – Alphabeat

publiek op een fesstival

Vette synthbaslijnen en bedrieglijk lastige octaafpatronen: leer ze in het elektro-poprocknummer Boyfriend van de Deense band Alphabeat.

Alphabeat bracht in 2008 Boyfriend uit, als single van de plaat This is Alphabeat. De baslijn is een synthesizer; of die ingespeeld is op een synthesizer, ingeprogrammeerd in de studio of met een basgitaar (plus effecten) ingespeeld, dat is niet echt te bepalen.

Kamerbrede synthbas

Doet er ook niet toe. Het geluid van de bas in dit nummer is dik, vet en kamerbreed. Op je basgitaar kan je dat goed benaderen door echt legato te spelen. Laat geen enkele ruimte tussen de ene en de andere noot, overal waar er geen rusten tussen de noten staan. Wanneer er wel rusten staan, speel die dan echt. Hetzelfde geldt voor de staccato’s. Laat dus de noten waar dat moet precies op tijd los. Dan ontstaat er een onweerstaanbaar stampende elektro-discogroove.

Octaven = disco

Echt ‘heel erg disco’ zijn de octaafpatronen. Meteen in het intro staan die al. Anders dan het cliché voorschrijft, is het nergens alleen maar ‘laag-hoog-laag-hoog’. Daarom moet je goed opletten wat er staat. Vooral de combinatie van l-l-h-l l-h-l-h in de laatste maat van het refrein is wel tricky.

  • Wanneer je in een achtsten-octaafpatroon het hoge octaaf op elke tweede achtste speelt, ontstaat een napik-effect: je accentueert de offbeat met de hoge noot terwijl je de puls speelt met de lage.
  • Wanneer je in een achten-octaafpatroon l-l-h-h speelt, dan geef je iets meer een rock-feel. Je geeft de hele eerste tel de lage grondtoon, terwijl je het accent met het hoge octaaf op de tweede tel legt, samen met de snaredrum.

Aanslaghand

Raak ook niet in de knoop met de vingers van je aanslaghand. Er zijn bassisten die feilloos en consequent hun wijs- en middelvinger kunnen afwisselen, ongeacht welke snaarwisselingen ze tegenkomen. Prima, maar zo functioneert niet iedereen en ikzelf ook niet. Mijn eigen tip is: probeer zo veel mogelijk bij de afwisseling van laag en hoog octaaf de lage noot met de wijsvinger te spelen. Zo kan je het hoge octaaf met je middelvinger pakken. Dat is beter voor de stand van je hand en het gemakkelijker een goede klank. Blijf je twee of meer noten hoog of juist laag spelen, speel dan wel weer wisselslag: afwisselend met wijsvinger en middelvinger.

Vijfsnaar

Speel je vijfsnarig? Mooi, dan kan je de noten tussen haakjes spelen. Dat geeft geweldige octaaflijnen helemaal in de diepte. Er is dan een enorme sprong in de eerste maat van het pre-chorus: bijna twee octaven. Het effect van een akkoord in sextligging (de bas speelt de terts) met de bastoon in het contraregister staat, is magistraal en zorgt voor een dramatisch hoogtepuntje, nog voordat het eerste refrein is geweest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *